De vacht van de Cobberdog: wat je moet weten

De vacht is voor veel mensen dé reden om voor een Australian Cobberdog te kiezen: hij verhaart niet of nauwelijks en wordt vaak goed verdragen door mensen met een hondenallergie. Maar een vacht die niet uitvalt, vraagt wél onderhoud. Hier lees je eerlijk wat erbij komt kijken.

Fleece en wol: de vachttypes

De rasstandaard kent twee vachttypes. De fleecevacht — recht (straight), golvend (wavy) of gekruld (curly) — voelt zacht en zijdeachtig aan en is het meest voorkomende type, ook bij onze honden. De wolvacht lijkt meer op die van een poedel: dichter en met strakkere krul. Beide types verharen niet of nauwelijks; losse haren blijven in de vacht hangen in plaats van op je bank te belanden.

Borstelen: 2 à 3 keer per week

Omdat losse haren in de vacht achterblijven, ontstaan er zonder onderhoud klitten — vooral achter de oren, in de oksels en rond het tuigje. Met twee à drie borstelbeurten per week van een minuut of tien blijft de vacht in conditie. Gebruik een goede slicker brush en een kam, en werk laagje voor laagje tot op de huid; wie alleen over het oppervlak borstelt, ziet er klitvrij uit maar vervilt onderhuids alsnog.

Trimmen: elke 8 tot 12 weken

Een Cobberdog gaat gemiddeld elke 8 tot 12 weken naar de trimsalon om geknipt te worden — kies een trimmer die ervaring heeft met fleecevachten en geef aan dat je de natuurlijke, niet-geschoren look wilt behouden. Reken dus op vaste terugkerende kosten; dat hoort bij dit ras en het is eerlijker dat vooraf te weten.

De vachtwissel: even doorbijten

Tussen de acht en veertien maanden wisselt de puppyvacht naar de volwassen vacht. In die periode klit de vacht veel sneller en is dagelijks borstelen echt nodig — dit is het moment waarop vachten vervilten bij wie het laat lopen. Het duurt een paar weken tot maanden, daarna wordt het onderhoud weer normaal. Onze pup-gezinnen krijgen tegen die tijd een seintje met tips.

Eerlijk over allergie

"Hypoallergene honden" bestaan strikt genomen niet: allergische reacties worden veroorzaakt door eiwitten in huidschilfers en speeksel, en die heeft elke hond. Wat wél waar is: de Cobberdog verliest nauwelijks haar en produceert weinig roos, waardoor veel mensen met een hondenallergie er in de praktijk goed mee samenleven.

Ons advies is altijd hetzelfde: kom vóórdat je beslist een paar keer bij ons langs en ervaar zelf hoe je reageert. Dat kost een middag en voorkomt een verdrietige situatie voor jullie én voor de pup. Reacties verschillen bovendien per individuele hond, dus test het bij de honden waar je pup daadwerkelijk vandaan komt.